Dit is een bewerking van een column die eerder verscheen op managementsite.nl

- 7043 keer gelezen

Een belangrijk deel van onze opvoeding bestond eruit dat ons geleerd werd wat goed is en wat slecht. Opvoeden met een hoge moraal, een hoog besef van wat deugt en wat niet deugt. Dat moet wel goed zijn, toch? Nou, dat is maar zeer de vraag, zegt Alfie Kohn. 

Kohn heeft zijn levenswerk gemaakt van onderwijs- en opvoedingsvraagstukken. Hij schreef er dertien boeken over, zat in tv-shows, schreef honderden artikelen voor kranten en tijdschriften en Time Magazine noemde hem ’s lands meest uitgesproken criticaster van de fixatie op cijfers en toetsen in het onderwijs. Toch is veel van zijn werk in Nederland nog niet vertaald. 

Twee van zijn boeken, No Contest en Punished by Rewards, kregen ook in managementkringen behoorlijk wat aandacht, met name toen W. Edwards Deming (van de bekende kwaliteitscirkel), ze aanprees. Het werk van Kohn is in onder andere Harvard Business Review, CFO Magazine, American Compensation Association Journal en andere publicaties uitgebreid besproken.

Realiseer je dat oordelen afstand creëert

In Punished by Rewards laat Alfie Kohn zien dat we kinderen vroeger via straf bijstuurden en dat belonen daarvoor in de plaats is gekomen. Kohn geeft aan dat dit echter nog steeds oordelen als uitgangspunt neemt.

We raken er steeds meer van overtuigd dat oordelen niet helpt. Oordelen creëert afstand, niet alleen met kinderen, ook in het werk. Als jij over de ander oordeelt, dan meen je betere normen en waarden te hebben dan de ander en stel je jezelf dus op een ander (hoger) plan. De volgende adviezen zijn gebaseerd op Punished by Rewards.

Zet de relatie bovenaan

  1. Zet de relatie bovenaan. Probeer niet je gelijk te halen, je norm op te leggen, offer de relatie niet op, maar koester deze.
  2. Heroverweeg je verzoeken. Als je vindt dat niet wordt gedaan wat je vraagt, vraag dan geen dingen die anderen niet willen doen.
  3. Breng je onvoorwaardelijke vertrouwen over. Vertrouwen zet je niet aan/uit als iemand iets (in jouw ogen!) goed/fout doet. Hou op met straffen. En ook met beloningen, die voorwaarden stellen aan het vertrouwen.
  4. Waardeer ieders zorgen. Leg de nadruk niet op wat jij belangrijk vindt, maar hoor wat anderen belangrijk vinden.
  5. Communiceer concreet en vanuit jezelf. Praat vanuit een ik-boodschap, zeg wat jij denkt en voelt, maar maak je daarbij niet groter dan je bent.
  6. Praat minder, luister meer. Luister naar ieders motivatie, ieders gedachtegang. Daar heb je meer aan dan het eindeloos communiceren van jouw opvattingen en overtuigingen.
  7. Ga uit van het goede. Iedereen is erop uit het goede te doen. Als dat niet lukt, is dat te beschouwen als een vraag om hulp.
  8. Zeg vaker ja. Iedereen wil ervaringen opdoen en experimenteren. Laat dat gaan, rem niet voortdurend af op basis van jouw inschattingen wat fout kan gaan.
  9. Geef iedereen invloed. Het leren nemen van goede beslissingen, vraagt ervaring met het nemen van beslissingen. Beslis daarom als leidinggevende niet voor anderen, maar laat ieder de ruimte voor eigen beslissingen.

Stel vragen en heb ruimte voor twijfel

Hoe kun je anderen serieus nemen als er een persoonlijk (en volkomen arbitrair en ondoorgrondelijk) referentiekader is waar je iedereen tegen afzet? Hoe kun je met de halve informatie die je hebt, oordelen over anderen, leidend tot uitspraken over goed en slecht? Hoe helpen deze oordelen om met elkaar om te gaan?

Maar hoe handel je dan als iemand zijn collega’s onheus bejegent? Of klanten? Of als iemand zich stelselmatig niet aan afspraken houdt? Moet je dat dan laten lopen? Nee toch zeker?

Nee, maar de vraag blijft wat oordelen en straffen oplevert. Je kan wel aangeven wat iets voor jou betekent. Of wat je denkt dat iets voor anderen kan betekenen, maar daarin zal (logischerwijs) veel ruimte voor twijfel moeten zijn. Vragen stellen om duidelijk te krijgen waarom een ander iets doet ligt dan meer voor de hand.

Verbindend leiderschap

Training Verbindend leiderschap

Voor leidinggevenden die meer zin willen geven aan hun werk en dat van anderen.