Het goede gesprek

Home/Expeditie Onderwijs/Het goede gesprek

Met elkaar de dialoog aangaan: gelijkwaardig, vriendelijk en respectvol, luisteren om te begrijpen, niet oordelend, aanwezig zijn met een open mind.

Remco Wielens

Remco Wielens

Ruim 15 jaar ervaring als adviseur, coach en verbeelder.

Neem contact op

Het is voor onderwijsorganisaties belangrijk om ‘het goede gesprek’ te voeren over zaken die ertoe doen: met elkaar, met leerlingen, met ouders en met samenwerkingspartners. In een dialoog heeft iedereen de kans om zijn standpunt of gevoelens naar voren te brengen. Een dialoog is verrijkend, omdat men van de ander iets leert of omdat er de tijd is genomen goed naar elkaar te luisteren. Het is als ‘samen een mooi kleed weven met een ingewikkeld patroon’.

Wij hanteren in onze expedities uiteenlopende manieren om met elkaar de dialoog aan te gaan. Dat doen we in Expeditiebijeenkomsten, met behulp van Expeditietools.

Expeditie­bijeenkomst: het Onderwijscafé

Het Onderwijscafé is een bijeenkomst waarin de werkvorm van het world café wordt toegepast. Bij deze vorm vindt alles plaats in één ruimte, of er nu 20 of 1000 deelnemers zijn. Er wordt gezorgd voor een cafésetting: een sfeervolle, uitnodigende omgeving waar mensen zich welkom en op hun gemak voelen. Doel is dat de deelnemers met plezier, engagement en creativiteit werken en uitgangspunt is dat ieders bijdrage er toe doet. De deelnemers praten in ongedwongen sfeer met elkaar, in de vorm van ‘cafégesprekken’. De zaal is ingedeeld als een café, met verspreide tafels voor 6-8 personen, met papieren tafelkleden waarop met stiften kan worden getekend en geschreven.

Het Onderwijscafé kun je in iedere aangename ruimte houden, maar het is het mooist om de entourage van een echt café te benaderen. In alle culturen is het café de plaats waar het formele en hiërarchische onderscheid tussen de aanwezigen vervaagt, waar men alles mag zeggen en waar op tafel of op bierviltjes schrijven ‘gewoon’ is. In officiële vergaderingen en conferenties zeg je ‘officiële dingen’. In het café zeg je wat je er echt van vindt. Voordat de cafégesprekken van start gaan worden doel en opzet aangegeven en de thema’s worden ingeleid door een pakkende en inspirerende aftrap.

Aan iedere tafel staat een thema centraal. De deelnemers schuiven aan bij het thema waar zij de meeste affiniteit mee hebben. In een drietal rondes van 20 – 30 minuten bespreken zij het thema met hun tafelgenoten. Elke tafel heeft een tafelheer of  -dame die voor een uitnodigende sfeer zorgt. Terwijl alle deelnemers bij een nieuwe ronde van tafel wisselen, blijft de tafelheer of tafeldame aan dezelfde tafel. De deelnemers worden uitgenodigd om wat ze belangrijk vinden op het tafelkleed te schrijven. Tekenen mag ook! De tafelkleden vormen aan het eind het ‘verslag van de bijeenkomst’. Aan het eind van de bijeenkomst kun je de deelnemers vragen langs de tafels te wandelen en onder het genot van een drankje en een hapje te bekijken wat er allemaal is uitgekomen.

We kunnen gespreksonderwerpen formuleren in de vorm van thema’s, vragen of stellingen. Iedere ronde borduurt voort op de vorige, door het thema te verdiepen of door deze via een ander perspectief te benaderen, bijvoorbeeld via de hoeden van De Bono.

Het Oudercafé kan worden toegepast in bijeenkomsten met teams, ouders, leerlingen en gemengde groepen.

Expeditie­bijeenkomst: andere vormen

Het Onderwijscafé is een werkvorm die vooral geschikt is voor grotere groepen aan de start van een beleids- of ontwikkelingstraject. Daarnaast hanteren we diverse ander dialoogvormen, waarmee het gesprek kan worden gevoerd, bijvoorbeeld in het schoolteam, het directeurenoverleg of in een ouderavond.

We hanteren verschillende methoden die teams helpen om gezamenlijke standpunten in te nemen en/of beslissingen te nemen, zoals de Adviesmethode (gebaseerd op Laloux), Deep Democracy (gebaseerd op Lewis, Kramer), de Consentmethode (gebaseerd op Endenburg) en Holacratie (gebaseerd op Robertson, Janse & Bogers).

Bij een debat worden alle betrokkenen in een zaal gezet en wordt hen een aantal stellingen voorgelegd. Bij elke stelling moeten ze kiezen of ze voor of tegen zijn. Vervolgens worden de voor- en tegenstanders letterlijk tegenover elkaar geplaatst. Tijdens het debat moet iedereen zijn of haar standpunt beargumenteren en proberen de mensen ‘aan de overkant’ te overtuigen. Als dat lukt, lopen de mensen die van gedachten zijn veranderd over naar het andere vak. Je hoort alle argumenten voor en tegen en kunt goed zien hoeveel draagvlak er is voor elke oplossing.

We werken ook graag met de Talking Stick-methode. Deze methode vindt zijn oorsprong bij indianenstammen in Noord-Amerika en bij stammen in Zuid-Afrika, waar de methode nog steeds wordt gebruikt. De methode stimuleert gelijkwaardigheid, betrokkenheid, commitment, creativiteit en verbinding. Stephen Covey noemt het “the most powerful communication idea and technique I have ever found”. Een vergelijkbare vorm is het Kapittelen, afkomstig uit de Benedictijnse kloosterorde.

Expeditiespellen

We hebben vier expeditiespellen ontwikkeld, waarmee scholen en schoolbesturen met uiteenlopende groepen mensen op een informele en ongedwongen wijze het gesprek kunnen voeren over zaken die er toe doen.

Denk bijvoorbeeld aan een fusie of de start van een nieuwe schoolplan- of beleidsperiode. Met het expeditiespel wordt input opgehaald waarmee het opstellen van een fusieplan, een schoolplan, een beleidsplan of een koersplan veel vlotter kan verlopen. De methodiek is vooral geschikt in een setting waarin het belangrijk is om iedereen te activeren en om de aanwezige kennis te laten ‘stromen’.

Het expeditiespel kan gebruikt worden om nieuwe plannen te maken, maar bijvoorbeeld ook om bestaande plannen te evalueren en/of te actualiseren, om een bepaald thema uit te diepen of om de samenwerking binnen een team te versterken.

Ieder spel bestaat uit 100 of meer kaarten, opgedeeld in verschillende categorieën. Elke kaart bevat een inspirerende vraag die tijdens het spel wordt besproken. Afhankelijk van het doel kunnen specifieke kaarten en categorieën worden geselecteerd.

  • Team aan zet. Dit wordt gespeeld met de medewerkers van een schoolteam om de situatie op school te bespreken en daarvoor gedragen plannen te ontwikkelen. Het kan ook worden gespeeld in het kader van samenwerking of fusie, of om bovenschools beter met elkaar te leren samenwerken.
  • Leerling centraal. Dit wordt gespeeld met leerlingen om met elkaar een open gesprek te voeren over de gang van zaken op school nu en in de toekomst. Bijvoorbeeld in de klas met de eigen groep, groepsoverstijgend of in de leerlingenraad.
  • Ouders in beeld. Dit wordt gespeeld met een groep ouders, bijvoorbeeld tijdens een ouderavond of in de MR. Doel is enerzijds om de mening van ouders over een aantal zaken in kaart te brengen, maar ook om de ouderbetrokkenheid te vergroten. Dat kan op schoolniveau of op bestuursniveau.
  • Bestuur op koers. Dit wordt gespeeld met een groep medewerkers die zich richt op het ontwikkelen van de koers van de organisatie (bovenschools). Dit kan het directeurenoverleg zijn, het bestuursbureau of een gemengde groep, waar ook GMR-leden en RvT-leden bij betrokken kunnen zijn.

Bij ieder spel wordt gestart met de vorming van een kleine expeditiegroep die het spel voorbereidt en begeleidt, ondersteund  door een begeleider van nieuw organiseren. Het ligt voor de hand dat de directeur deel van de expeditiegroep uitmaakt, maar dat hoeft niet per se. De expeditiegroep bepaalt met welke (categorieën) kaarten wordt gespeeld.

De expeditiegroep bepaalt verder wie tijdens het spelen van het spel de rollen van gespreksleider en tijdbewaker op zich nemen en wie de rol van verslaglegger. Het expeditiegroep kan zelf het verslag opstellen, maar dit kan ook uit handen worden gegeven aan nieuw organiseren.

Expeditiekaarten

We werken met twee soorten expeditiekaarten: proceskaarten die je helpen om met elkaar het goede gesprek te voeren of die je door een traject heenleiden. En opbrengstkaarten die het resultaat van een bijeenkomst of een traject kernachtig en beeldend vastleggen.

Een proceskaart heeft de vorm van een poster met daarop kernachtige vragen en opdrachten die mensen in groepjes van meestal zes tot acht personen bij de kop pakken, soms in één bijeenkomst en soms in meerdere bijeenkomsten. Hiermee wordt een dialoog op gang gebracht die anders niet zo snel ontstaat. Het gesprek of het traject is niet vrijblijvend: door de opzet van de expeditiekaart wordt er altijd toegewerkt naar een concreet resultaat. De bijeenkomst of het traject wordt begeleid door een externe expeditieleider of door een interne expeditieleider die door ons wordt geïnstrueerd en/of gecoacht.

Een opbrengstkaart is een of poster waarop jullie idee, plan, visie of verhaal wordt gevisualiseerd in een combinatie van tekeningen en tekst. Dit is handig om het in één oogopslag te kunnen presenteren, bijvoorbeeld op de website, op kantoor of in de koffiekamer. Deze expeditiekaart is vaak ook heel geschikt om de voortgang bij te houden en te bespreken. Zo’n expeditiekaart kan ook worden gebruikt voor de interne en externe communicatie. Door een complexe boodschap visueel vast te leggen, zijn mensen in staat de boodschap makkelijker te herkennen en te begrijpen. Dit maakt de communicatie veel effectiever en ook leuker!

Ben je geïnteresseerd?

Ben je geïnteresseerd en wil je weten wat wij voor jou kunnen betekenen? Bel of mail ons. We helpen je graag verder.