Werkt de decentralisatie?

jan-de-jonge

Jan de Jonge

Jan heeft ruim 25 jaar ervaring als organisatieadviseur en coach binnen overheid, zorg en onderwijs. Medeoprichter en partner van Nieuw Organiseren. Zijn aanpak kenmerkt zich door een beide-benen-op-de-grond benadering. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam op terreinen als leiderschap, HR en organisatieontwikkeling, waaronder Het Grote Kleine Inspiratieboekje voor HR en Nieuw Organiseren.

Werkt de decentralisatie?

Deze column is ook gepubliceerd op managementsite.nl.

Het goud is al in ruime mate aanwezig

Gemeenten krijgen nieuwe taken op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen, en ondersteuning van ouderen en langdurig zieken. Deze ontwikkeling wordt ook wel ‘de drie decentralisaties’ of ‘de drie D’s in het sociaal domein’ genoemd. Een majeure operatie die, zo zegt het voorlichtingsfilmpje van de VNG, vraagt om een transformatie in het denken en doen van gemeenten. Met minder controle en sturing, maar met ruimte en vertrouwen in de kracht van de maatschappij zelf.

Inderdaad een flinke verandering, want gemeenten hebben de neiging om nieuwe initiatieven dicht te timmeren met nota’s, rapporten en vergaderingen. Harrie Aardema heeft daar behartenswaardige dingen over geschreven: over schijnbeheersing, gescheiden circuits en plannen met een onhaalbare stapeling van ambities – noot 1). Bijna iedereen is het roerend met hem eens. Maar er is nog niet zo veel van terechtgekomen, zo concludeerde hij onlangs zelf – noot 2). Zou het nu dan gaan lukken? Ik heb geprobeerd een beeld te krijgen van hoe gemeenten met de drie D’s omgaan. Ik heb daarvoor gegoogeld op de zoektermen ‘gemeente’ en ‘sociaal domein’. Vijf gemeenten wilde ik gaan bekijken. Dat moest toch wel een aardig beeld opleveren, dacht ik.

De eerste gemeente waar ik op stuitte was Groningen. De gemeenteraad heeft, zo meldt de website, inmiddels zeven documenten over de transities vastgesteld. Ik heb het aantal bladzijden opgeteld: 186. Dat ontnam mij de lust om te gaan lezen.

Dus ik surfte snel naar de tweede gemeente: Leiden. Daar trof ik het beleidsplan ‘Van voor mensen naar met mensen’ aan, 72 blz. Daar stonden best mooie dingen in, maar ook zinnen als: ‘voorkomen en bestrijden van eenzaamheid is een vast aandachtspunt bij het opstellen van de wijkagenda’s’; ‘het mantelzorgbeleid gaat uit van de 8 landelijk ontwikkelde basisfuncties voor ondersteuning mantelzorg’; en ‘integrale toegang moet leiden tot een integraal (op alle leefgebieden: wonen, zorg, welzijn, opvoeden, opgroeien, veiligheid, participatie, werk en inkomen, schuldhulpverlening) op maat gemaakt (zorg-)plan, incl. regisseur, uitvoerders en financieringsplan gericht op de cliënt en zijn omgeving.’ Het overzicht van prestaties bevat – als ik goed geteld heb – 54 te realiseren prestaties en 10 indicatoren moeten laten zien wat er van terecht is gekomen.

De derde gemeente dan maar: Enschede. De pagina ‘belangrijke documenten’ bevat 14 nota’s, adviezen en rapporten. Alleen al over het domein Zorg 6 documenten met in totaal 187 pagina’s.

Gemeente vier: Amersfoort. Op deze site onder meer een planningsschema op één A3 waarin voor het sociaal domein in 11 kleuren is aangegeven in welke maand de Gemeenteraad waarover praat. Ook vind ik hier de relevante bestuurlijke documenten die de gemeente Amersfoort op dit terrein heeft vastgesteld: 13 stuks in één jaar. Maar op deze site ook het verslag (slechts 2 blz.) van een gesprek tussen een internetondernemer, een kunstenaar, een restauranteigenaar, een predikant en een bibliotheekdirecteur. Zij zeggen: ‘Eigenlijk vraagt de verandering in het sociaal domein om te zoeken naar waar de energie zit in de stad. Van daaruit kun je verder. Je moet aanhaken op de droom van een groep mensen en de rest van de mensen kun je gerust even laten. Het beste is om klein te beginnen en dan ook durven loslaten als overheid. Laat het proces maar rustig groeien, heb het geduld om initiatieven te laten ontstaan. Er is weliswaar regie nodig vanuit de gemeente, maar meer op het proces dan op de inhoud.’ En: ‘We weten niet precies hoe het proces gaat lopen en ook niet waar we uitkomen. Dat is niet erg. We hoeven niet opnieuw te beginnen met goud te zoeken. Dat goud is al in ruime mate aanwezig in de stad, in allerlei vormen en maten!’

De vijfde en laatste gemeente: de gemeente Schagen. Acht documenten kan ik als geïnteresseerde burger downloaden. Dat doe ik maar niet. Op de website lees ik: ‘Gemeenten (…) zijn straks de regisseurs die de jeugdzorginstellingen, meldpunten kindermishandeling en andere vormen van ambulante hulpverlening aan kinderen en hun ouders aansturen.’ Het lijkt mij een tikkeltje arrogant.

Het ziet er naar uit dat gemeenten hun nieuwe taken in het sociaal domein nog steeds overwegend op de oude, vertrouwde manier oppakken, met veel visie, ambitie, rapporten, plannen, schema’s en structuren. Als het draait om eigen kracht van de burger, waar blijft die burger dan in het hele verhaal? Als het gaat om vrijheid en autonomie, waar is de vrijheid en autonomie van de professionals?

Een transformatie in denken en doen, het kan nog steeds. Stop met het schrijven van nota’s, het maken van schema’s en het opstellen van prestatie-indicatoren. Ga op zoek naar waar de energie zit, begin klein en laat het proces maar rustig groeien. Bedenk: het goud is al in ruime mate aanwezig in uw gemeente, in allerlei vormen en maten!

Noot 1: Zie bijvoorbeeld Harrie Aardema: Een ommekeer in denken, in: Overheidsmanagement nr. 6, juni 2007.

Noot 2: Harrie Aardema: Doorwerking van BBI in 2112, in: A.T. Marseille & H.B. Winter (red.), In wetenschap voor de praktijk, Liber Amicorum Michiel Herweijer, Wolf Legal Publishers 2012.

Deel deze blog via social media: