Controle en compliance

Als publieke middelen worden ingezet, dan moet die inzet worden verantwoord. Dat vinden we allemaal logisch, het gaat immers om geld van de burger en de burger mag / moet weten waar zijn geld naar toe gaat. Voor de verantwoording van die middelen, zijn we gewend geraakt aan een werkwijze waarbij de overheid (op allerlei niveaus) criteria opstelt en controleert of aan die criteria wordt voldaan. Bestuur en management kennen deze criteria en richten hun organisatie er op in om daaraan te voldoen. Het klinkt allemaal logisch, maar de vraag is of de burger hiermee nu krijgt wat hij / zij wil. Is het geld beter besteed door de gestelde criteria, de controle en alle tijd en energie die de instellingen in zorg, onderwijs en welzijn besteden om daaraan te voldoen?

Drie typen verspilling
John Seddon gaat daar in zijn boek Systems Thinking in the Public Sector uitgebreid op in. Hij illustreert zijn betoog met prachtige praktijkcases en komt tot de conclusie dat we een stuk betere (en goedkopere) publieke sector zouden krijgen door het hele circus van criteria en compliance per direct te schrappen. Hij benoemt typen verspilling die de huidige werkwijze oplevert: 1. de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van de criteria die veelal zijn gebaseerd op meningen en ideologie, niet op kennis; 2. de kosten van controle en inspectie bij de uitvoerende instellingen op deze arbitraire criteria; 3. de kosten van de uitvoerende instellingen om klaar te zijn voor inspectie en het aanleveren van de gevraagde verantwoordingsinformatie. Daarbij komt nog dat het voldoen aan deze arbitraire criteria afleidt van de werkelijke opdracht van de instellingen en innovatie in de weg staat. Ook frustreert het de intrinsieke motivatie van de (goede) professionals om te komen tot oplossingen die in allerlei verschillende situaties worden gevraagd en zet daar de extrinsieke motivatie voor in de plaats om te voldoen aan de eisen van de overheid.

Een andere verantwoording?
Wellicht dat we de publiek gefinancierde organisaties en de burger wat meer moeten betrekken bij het vormgeven van de verantwoording. Zou een open dag voor een publiek-gefinancierde instelling waarbij de burger die wil weten hoe zijn geld wordt besteed, niet een aardig alternatief zijn? De burger kan al zijn vragen stellen en de medewerkers van de instelling kunnen de werkwijze en opgave tot in detail schetsen. En krijgt deze burger dan niet een beter zicht dan via het verantwoordingencircus dat er nu is, hoeveel inzicht levert dat de burger nu eigenlijk op? Wie het weet mag het zeggen.

 

Harro Labrujere, 1 november 2010